de dagen van sander 5
auteur: sander
datum:Vrijdag 14 April 2006 - 09:15

matthaus passion


We waren bij het ‘Erbarme dich’ aanbeland, toen ik het Topdropje op de knie van mijn voorbuurman zag liggen.
Terwijl de zangeres smeekte om medelijden, lag het snoepwerk keurig te wachten tot het verorberd zou worden.
Ergens verderop werd een rol Mentos doorgegeven. Lief en ik waren beter voorbereid, wij hadden ieder onze eigen rol. Er wordt wat afgesnoept tijdens het lijden van Jezus.
Luisteren naar de Matthaus Passion in de Doelen is ook genieten van de randprogrammering. De kuchers, de te-laat-komers, de ritselaars, de weglopers, de mobiele telefoons, de rijen bij de dames-wc en de koffie, zij maken allemaal deel uit van je avondje uit. Het is het verzetje van de avond, want het is een hele zit.
Tijdens de pauze zien we een homogene groep. Er is geen enkel misverstand wie er naar de Matthaus Passion gaat. Blank, 50+, conservatief gekleed. Hier hoeft geen doelgroepenonderzoeken meer plaats te vinden, hier zit de oer-Nederlander, geworteld in een calvinistische en christelijke traditie.
Luisteren en kijken naar de Matthaus Passion is op een gegeven moment ook verlangen naar het einde. Je leest mee in het tekstboekje, weet dat de recitatieven lekker snel gaan, maar dat de tekst van de aria’s een aantal keren worden herhaald door de solisten. Het duurt allemaal net iets te lang. De Mentos is op, Het Topdropje van de voorbuurman ligt er niet meer, de rek is eruit.
En dan wordt het toch nog bereikt. Het prachtige ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’. Het einde, de verlossing is nabij. Een aantal onverlaten rent een aantal maten voor het einde naar de uitgang, om maar als eerste bij de parkeergarage te zijn. Schandalig gedrag, maar onderdeel van de randprogrammering.
We hebben het volbracht, we kunnen met een rustig gemoed de Pasen in. Heel even voel ik me oer-Nederlander. Het is een raar gevoel.

de dagen van sander 4
auteur: sander
datum:Donderdag 13 April 2006 - 06:00

ich kenne kein weekend


(foto: joseph beuys: 'ich kenne kein weekend' 1972)
Ik ben een kunstfetisjist, en dat bedoel ik niet positief. Alles verwordt tot een beeld, het leven een performance, de stad een laboratorium. Dat kan niet gezond zijn, je wordt er op zijn minst schizofreen van.
Als kind heb je dat niet. De waarheid komt uit de mond van ouders en onderwijzers, de regels van het leven vaak duidelijk en strak geregisseerd, de werkelijkheid zo groot als de directe leefomgeving. Er bestaat nog geen parallel universum, de gedachte dat je jouw eigen leven kunt leven zoals jij dat wenst nog maar erg vaag en vaak in de toekomst gesitueerd. Later, ja later mag jezelf bepalen hoe je leeft, maar nu je nog kind bent, moet je gedwongen meevaren op de maatschappelijke kaders die voor je zijn uitgedacht.
Ik ben een laatbloeier, stapje voor stapje kom ik erachter dat er zoiets bestaat als een eigen mening, dat je met enige inspanning een eigen wereld kunt creëren en dat dat interessanter is dan het meedeinen op de voor jou bedachte maatschappij.
Met dank aan de kunst. “Zo kan het dus ook, kop open, roeren in die hersenpan concepten verzinnen, alles is mogelijk, hupsakee”. Met die gedachte zit ik maar mooi opgescheept.
Het gevoel dat alles mogelijk is, is een gevaarlijke bijwerking van het kunstfetisjisme. ‘Creëer je eigen leven’ is namelijk niet meer dan een loze kreet, die schreeuwt om een waardige en zinnige invulling. Het leven als conceptueel kunstwerk, met eigen vorm en richting, met niets te vergelijken, dat zie ik als het hoogst haalbare.
Dat gezegd hebbende hierbij een tip: Blijf ver weg van kunst, raak er niet door besmet, want voor je het weet schrijf je de zin zoals ik net heb geschreven. Het leven als conceptueel kunstwerk, als dat in je leven het hoogste goed is, dan ben je verloren. Dan is er geen enkele remedie meer en wordt de werkelijkheid een troebel fenomeen. Maar helaas, het kunstfetisjisme is zeer verslavend en ik ben bevattelijk voor verslavingen.

de dagen van sander 3
auteur: sander
datum:Maandag 10 April 2006 - 11:35

cancellara wint parijs-roubaix


Parijs-Roubaix, een heroïsche strijd. Om te rijden en om naar te kijken, volgens Mart Smeets. Dus lag ik op de bank en kon mij onbespied ruim drie uur een held wanen. Ik hobbelde mee over de kasseien, sprong op toen Hincapie ineens een los stuur in zijn handen had, lachte luidop toen drie renners een paar kilometer voor het einde moesten wachten voor een voorbijsnellende trein, kortom, ik leefde als een held in Noord-Frankrijk.
Het was een ideale dag voor deze klassieker. Het had de vorige dag geregend, en nu was het droog. Geen plassen en relatief weinig stof. Ik, als heroïsche kijker, voelde dat feilloos aan. Altijd mooi om te zien en mee te voelen, trillende polsen en kuiten bij weer een paar kilometer onregelmatige steentjes.
Al met al was het sowieso een heldhaftige dag. Ik finishte vooraan bij de marathon van Rotterdam, kon bij Woestijnruiters nog wat smakelijke anekdotes kwijt over mijn leven met Gerard Reve en was de grote onbekende verleider bij Temptation Island. Het was sofaheroïek, maar dat was volgens Smeets geen enkel probleem.
Wel vermoeiend allemaal. Je moet ineens zoveel. Even rustig kijken is er niet meer bij. Mijn heldenstatus moet continu bevochten worden. Wat staat er vandaag allemaal op het programma?
Meedoen aan de Universiteitsquiz, mijn opwachting maken bij de Beauty en de Nerd, en als aftopper nog even aanschuiven als deskundige bij Spuiten&Slikken. Van de gedachte alleen al raak ik uitgeput.
Dus zal de zapper vandaag onaangeroerd blijven. Kijken of er in het werkelijke leven nog wat heldendom te vergaren blijkt. Als dat niet lukt bel ik vannacht nog even een belspelletje op. Voor de hoofdprijs, een doorzichtig koffertje met nepgeld. Dat lijkt me een mooie prijs voor een nepheld.